Hulpmiddelen

Wat je leest, en wat je ermee doet

Commercial awareness is geen leeslijst maar een gewoonte en een manier van denken. Op deze pagina staat hoe je bij de bronnen komt waar je waarschijnlijk al toegang toe hebt, wat je per sector leest, en hoe je van een artikel naar iets komt dat je in een gesprek kunt zeggen.

Tien minuten per dag

1
De voorpagina van het FD
Twee minuten. Je zoekt Nederlandse bedrijven, transacties en regelgeving. Dit is waar een Nederlandse gesprekspartner naar vraagt, en het deel dat Angelsaksische bronnen niet dekken.
2
De Companies-sectie van de FT
Vijf minuten. Niet de hele krant: de koppen plus een artikel dat je echt leest. Kies het artikel dat het dichtst bij de sector ligt waar je solliciteert.
3
Schrijf drie regels op
Drie minuten, en dit is de stap die iedereen overslaat. Wat gebeurde er, waarom nu, en wat betekent het voor de betrokken partijen. Zonder deze stap heb je het nieuws gelezen, met deze stap heb je iets te vertellen.

Niet iedereen leest hetzelfde

Finance
Vooral dealnieuws: wie kocht wat, tegen welke multiple, hoe gefinancierd. De FT-secties Companies en Lex, Bloomberg voor de markten, en het FD voor Nederlandse transacties. Volg twee of drie beursgenoteerde bedrijven op de voet in plaats van alles oppervlakkig.
Consulting
Minder transactie, meer structuur. The Economist voor hoe een sector werkt, de insight-secties van de kantoren zelf voor hoe zij een vraagstuk framen, en Harvard Business Review voor het vocabulaire. In een case word je beloond voor een denkwijze, niet voor een feit.
Advocatuur
Het FD voor wat je clienten doen, en de vakpers voor wat het beroep doet. Lees de dealaankondigingen van de kantoren zelf: daaruit lees je welke praktijkgroepen het druk hebben, en dat is precies wat je wilt weten voordat je er een kiest.

Van artikel naar antwoord

Het verschil tussen een kandidaat die leest en een kandidaat met commercial awareness is een stap: van wat er gebeurde naar wat het betekent. Een voorbeeld.

Wat je las
Een beursgenoteerd bedrijf kondigt aan dat het een concurrent overneemt, grotendeels gefinancierd met schuld.
  • Noem het feit een keer, kort. Niemand wil het artikel nagelezen krijgen.
  • Vraag je af waarom nu. Een overname in een sector onder druk betekent iets anders dan in een groeiende markt.
  • Volg het geld. Schuld op een moment van stijgende rente is een andere gok dan schuld als geld goedkoop is.
  • Benoem wie het raakt. De aandeelhouders, de concurrenten, de toezichthouder, de werknemers. Kies de partij die er in jouw sector toe doet.
  • Eindig met een vraag, niet met een oordeel. Daarmee laat je zien dat je weet wat je niet weet, en dat leest beter dan valse stelligheid.

Doe dit een keer per dag en na een maand heb je een stuk of twintig verhalen waar je echt over kunt praten. Dat is voor elk gesprek ruim voldoende.